Print

Een rekening van € 270.858,86 voor opruimen van een perceel

Gepubliceerd: 17-04-2018
In een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 11 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1198) wordt de eigenaar van een perceel grond geconfronteerd met kostenverhaal voor het uitvoeren van een asbestsanering en sloopwerkzaamheden in het kader van toepassing van bestuursdwang.

De eigenaar van het perceel exploiteerde een volkstuinencomplex. Volgens het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Tilburg was er op het perceel sprake van illegale situaties: er stonden bouwwerken die waren gebouwd zonder de daartoe benodigde vergunningen, er werd in strijd met het bestemmingsplan in verschillende bouwwerken gewoond, er waren grote hoeveelheden afvalstoffen, puin en hennep gerelateerd materiaal aanwezig, het perceel was vuil en in slechte staat, er waren asbestverdachte materialen aangetroffen en er werden spullen opgeslagen die niets te maken hadden met het exploiteren van een volkstuinencomplex.

Het college heeft de eigenaar een last onder bestuursdwang opgelegd. Vervolgens is de eigenaar eerst zelf aan de slag gegaan met het opruimen. Voordat hij daarmee klaar was, is er op het perceel brand uitgebroken. Dat heeft ertoe geleid dat de aanwezige asbest zicht heeft verspreid. Omdat de eigenaar niet binnen de daartoe gestelde begunstigingstermijn aan de opgelegde last had voldaan, heeft het college vervolgens zelf opdracht gegeven het perceel te saneren door de daar aanwezige asbest te verwijderen en een einde te maken aan de overig geconstateerde overtredingen. De kosten daarvan bedroegen in totaal € 270.858,86.

De eigenaar voerde in zijn beroep onder meer aan dat op het perceel 150 fruitbomen aanwezig waren die ten onrechte waren gekapt, dat de kosten voor het verwijderen van asbest uit sleuven niet op hem verhaald hadden mogen worden, omdat deze sleuven volgens hem niet op zijn perceel waren aangetroffen en tenslotte was de eigenaar van mening dat de door de gemeente gemaakte kosten veel hoger lagen dan de kosten zoals begroot in de aan hem uitgebrachte offertes.

Alle door de eigenaar aangeleverde verweren slaagden echter niet.

De door de eigenaar overgelegde drie offertes zagen op het verwijderen van asbest en niet op het beëindigen van de overige geconstateerde overtredingen. Ze zagen ook niet op werkzaamheden die noodzakelijk waren om het perceel toegankelijk te maken. Daarnaast werden er bij de uitvoering van werkzaamheden sleuven met asbesthoudend materiaal aangetroffen, asbest die pas tijdens het slopen zichtbaar werd en asbest dat werd aangetroffen onder de gesloopte bouwwerken. De Afdeling laat de kostenverhaalsbeschikking daarom in stand.

Het saneren van illegaal aanwezige afvalstoffen, puin en asbest kan bij een handhavingsactie behoorlijk in de papieren lopen. Als een overtreder meent dat hij zelf goedkoper een einde kan maken aan de overtredingen dan het bevoegde gezag, is het verstandig om dat binnen de begunstigingstermijn zelf te (laten) doen. Zo niet, dan krijgt de overtreder achteraf de vaak forse rekening gepresenteerd. Het is in dat geval nog wel de vraag in hoeverre het bevoegd gezag in dit geval het door de overtreder verschuldigde bedrag daadwerkelijk kan incasseren. Van een kale kip kun je immers niet plukken.

Alle actueel berichten