Print

Saneringsplan wordt uitsluitend getoetst aan de Wbb

Gepubliceerd: 17-10-2017

Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 oktober 2017 (ECLI: NL:RVS:2017:2745) blijkt dat de Afdeling een saneringsplan toetst aan de Wbb en niet aan andere wet- of regelgeving, zoals het bestemmingsplan, natuurbeschermingsregels of regels ter bescherming van archeologisch erfgoed. Andermaal blijkt dus dat een beroep tegen een beschikking op grond van de Wbb doorgaans alleen succesvol kan zijn als die wordt bestreden op grond van argumenten die onderbouwen dat er is gehandeld in strijd met de Wbb of de daaraan ten grondslag liggende regelgeving.

Wat was er aan de hand?

Op een voormalige stortplaats, de zogenaamde Rhoonse stort is tot eind jaren zestig huishoudelijk afval en bedrijfsafval, waaronder afval uit de petrochemische industrie, gestort. Aan het eind van de jaren zestig is de stortplaats afgedekt met een laag puin en slib en is het gebied ingericht als natuur- en recreatiegebied. Uit diverse bodemonderzoeken is gebleken dat het stortmateriaal sterk tot zeer sterk verontreinigd is met onder meer zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en minerale olie. Ook in de afdeklaag van de stortplaats zijn plaatselijk sterke verontreinigingen aangetroffen. Omdat de wijze van afdekking van het stortmateriaal leidde tot onaanvaardbare ecologische risico’s op de locatie. Het saneringsplan waarmee bij het besluit van 4 november 2016 is ingestemd voorziet daarom in het aanbrengen van een leeflaag met een dikte van 50 cm.

Het standpunt van de Stichting Bomenridders

De stichting Bomenridders kon zich niet verenigen met het besluit tot instemming met het saneringsplan, omdat bij de gekozen wijze van sanering een kenmerkende bomenrij van ongeveer 1.200 m lang en 50 m breed zou worden gekapt, zonder dat ter plaatse herplant zou plaatsvinden. Er had volgens de stichting gekozen moeten worden voor een alternatieve wijze van sanering, waarbij de bomenrij geheel of gedeeltelijk kon blijven staan of herplant kon plaatsvinden.

De stichting voerde verder aan dat van een daadwerkelijke en effectieve sanering geen sprake was, aangezien de verontreiniging niet zou worden verwijderd. Dit maakte het verdwijnen van de kenmerkende bomenrij onnodig en disproportioneel, aldus de stichting. De stichting achtte het besluit tot instemming met het saneringsplan verder in strijd met onder meer natuurbeschermingsregels, het ter plaatse geldende bestemmingsplan en het Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed, ook wel het Verdrag van Malta genoemd.

Oordeel Afdeling

De Afdeling overwoog onder meer dat uit artikel 39, tweede lid, van de Wet bodembescherming volgt dat het college uitsluitend instemming aan het saneringsplan mag onthouden indien de daarin beschreven sanering niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 38 of indien het saneringsplan niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 39, eerste lid. Toetsing aan andere wet- of regelgeving, zoals het bestemmingsplan, natuurbeschermingsregels of regels ter bescherming van archeologisch erfgoed, kan bij de beslissing over instemming met een saneringsplan niet aan de orde zijn (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 17 september 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF0959).

Ingevolge artikel 38, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet bodembescherming dient de sanering zodanig uitgevoerd te worden dat de bodem ten minste geschikt wordt gemaakt voor de functie die hij na de sanering krijgt. De door de provincie beoogde functie van de locatie na sanering was grasland en extensieve recreatie. Het college heeft zich volgens de Afdeling gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het isoleren van de verontreiniging op de locatie met een leeflaag van 50 cm afdoende is om bij die beoogde functie te voldoen aan artikel 38 van de Wet bodembescherming en dat verwijdering van de verontreiniging daarvoor niet noodzakelijk is.

Dat een leeflaag van 50 cm bij de beoogde functie, waarbij geen bomen zijn voorzien, te dun zou zijn om de verontreiniging afdoende te isoleren, had de stichting volgens de afdeling niet aannemelijk gemaakt.

Alle actueel berichten